Interview Inge Bruynooghe – Automation Magazine

‘Tijdens netwerkevents en vergaderingen ben ik vaak de enige vrouw, maar ik sta daar niet bij stil. Ik groeide op met vier broers en ben daardoor redelijk ongevoelig voor zo’n situaties.’ Inge Bruynooghe is volop bezig met de uitbouw van de start-up Ergotrics. Ze ziet een groot potentieel voor opblaasbare operatiekussens die patiënten in de juiste houding positioneren. ‘Er worden in Amerika en Europa jaarlijks 3,2 miljoen operaties uitgevoerd op patiënten in buikligging. Dat is een enorme markt voor Ergotrics.’

Inge Bruynooghe is voormalig plantmanager van Philips (Signify) in Turnhout en zet nu haar schouders onder de medische tech start-up Ergotrics. Ze studeerde voor handelsingenieur in Leuven en behaalde vervolgens een MBA aan de Cornell University (New York). ‘Ik zou een studie in buitenland aan iedereen aanraden. Dit was voor mij zeer complementair: veel praktische case study’s in kleine groepen, terwijl Leuven meer theoretisch was in een grotere groep studenten’, blikt Inge terug op haar studietijd.

Inge groeide op in een ondernemersgezin want haar vader leidde Bruynooghe Koffie, een familiale koffiebranderij in Kortrijk. Het koffiemerk bestaat nog altijd en werd in 1999 overgenomen door het Turnhoutse Miko. De band met koffie is overigens gebleven want Inge Bruynooghe heeft een zitje in de raad van bestuur van Miko.

Ergotrics uit het Kempense Turnhout is gespecialiseerd in het met perslucht positioneren en verplaatsen van patiënten bij een operatie. Het bedrijf is gevestigd op de Open Manufacturing Campus (OMC) op de oude Philipssite in Turnhout. En dat is geen toeval, want Inge Bruynooghe leidde deze Philipsvestiging. Ze werkte enkele jaren in Shanghai voor Philips. Haar man had een job bij een ander bedrijf en hun expat-contracten verliepen parallel. Later verhuisde Inge naar het Philipshoofdkwartier in Eindhoven en belandde ze in Turnhout. Na twintig jaar als manager in een multinational zocht ze een nieuwe uitdaging. ‘Vroeger was ik een kleine vis in een grote bokaal, en nu een grote vis in een kleine bokaal. Ik hou wel van die situatie.’

Dat OMC haar uitvalsbasis werd, is een logische keuze. ‘Een fijne omgeving, allemaal bedrijven die willen groeien en produceren. Je hebt hier veel kennis en kunde op amper één vierkante kilometer bij elkaar. Start-ups leren van elkaar, we inspireren elkaar, het is een goed ecosysteem. Mijn opdracht is structuur brengen bij Ergotrics en dit fantastische product naar de markt brengen.’

Ergotrics werd in 2014 opgericht door neurochirurg Paul Depauw. Dokter Depauw stelde in de operatiekamer vast dat het niet simpel is om een verdoofde patiënt te kantelen. ‘Vaak is hiervoor extra verpleegpersoneel nodig – soms tot zes man – om dit op een veilige manier te doen. Als dokter werd hij dagelijks met dit probleem geconfronteerd’, vertelt Inge. ‘Toen hij tijdens een nieuwsbulletin zag hoe een gekantelde truck door de brandweer werd rechtgezet door middel van stootkussens met perslucht, kreeg hij het idee om dit principe ook op de operatietafel te gebruiken.’

‘Patiënten worden altijd eerst in rugligging onder narcose gebracht. Afhankelijk van het soort operatie moet je ze dan op hun buik en in de juiste positie krijgen. Vooral bij rugoperaties – door neurochirurgen – is dat het geval. Daarom dat dokter Depauw een oplossing zocht om het omdraaien zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Voorts is de positionering cruciaal om de druk op het lichaam te minimaliseren om zo complicaties en bloedingen te vermijden.’

Een Ergotrics Inflatable Board (IBO) heeft een inkeping langs één kant en kantelt de patiënt vanuit rugligging tot 70 à 80 graden, waarna deze op de buik op de operatietafel belandt. De mat bestaat uit foam omhuld met huidvriendelijk textiel dat ook gebruikt wordt in politievesten. Nog voor de kanteling worden Inflatable Prone Support (IPS) kussens op de patiënt aangebracht op borst en bekken en dan opgeblazen zodat de patiënt in de juiste operatiehouding ligt en alle lichaamsdelen drukvrij blijven tijdens de operatie.

Sedert de benoeming in oktober 2018 van Inge Bruynooghe tot CEO kende het bedrijf een groeiversnelling. ‘In juni werd ons product gelanceerd. Het patent dateert van 2014 maar er waren enkele hindernissen. Ze bleek de kostprijs om het prototype te produceren veel duurder, het materiaal was niet huidvriendelijk, enz … Je moet uw product schaalbaar maken en dat vertalen naar een efficiënt productieproces’, aldus Inge.

Kussens met perslucht om patiënten op de operatietafel te positioneren zijn in feite een wereldprimeur. ‘De aanvoer van perslucht is sowieso voorzien in elke operatiekamer. Je hebt er verschillende aansluitingen voor de aanvoer van zuurstof, stikstof, lachgas en dus ook compressed air. Zo wordt perslucht ook gebruikt voor de aansturing van boren.’

‘Ergonomisch is ons product een belangrijke verbetering. In de industrie en bouw zijn er regels dat indien er zakken moeten worden getild, deze niet meer dan 25 kilo mogen wegen. Een patiënt kan meer dan 100 kilo zwaar zijn, dus voor de belasting van het personeel in de operatiekamer maakt dit een enorm verschil uit. Er is ook meer bewustzijn inzake veilige en ergonomische manieren van heffen.’

De start-up heeft inmiddels drie verkopers in dienst en is in Europa volop bezig met het opbouwen van een netwerk van distributeurs. Het product van Ergotrics heeft inmiddels ook het Europees CE-keurmerk gekregen. Inge Bruynooghe: ‘We zijn volop bezig met onze kussens overal te demonstreren. Chirurgen zien meteen het nut en de voordelen er van in. Er is veel interesse, maar ziekenhuizen werken met budgetten en dus moeten ze voor deze investering een apart potje voorzien en zoiets kost tijd.’

Voor Inge Bruynooghe is de uitrol van deze kussens niet het eindpunt, want ze ziet heel wat andere toepassingen. Zo kan het gamma uitbreiden naar producten voor zwaardere patiënten want de markt van obese patiënten groeit, zeker in de Verenigde Staten. ‘Ook in ziekenhuizen en in de thuiszorg kunnen we bepaalde fysieke taken ergonomisch verbeteren. Bijvoorbeeld het wassen van patiënten, vooral als deze bedlegerig en zwaarder zijn. Door het opblazen van de mat, kan een patiënt eenvoudig in de gewenste houding worden gebracht. We denken aan co-creatie om met thuisverplegers een mobiel systeem met opblaasbare kussens te ontwerpen. Voorts onderzoekt Ergotrics met de hulp van Universiteit Antwerpen potentiële toepassingen in de dierengeneeskunde

Digitaal zijn er ook heel wat uitdagingen. ‘Momenteel hebben we in de kussens elektronica om te meten hoeveel keren ze worden gebruikt. In de toekomst kan bijvoorbeeld bij thuiszorg via sensoren in de kussens de houding van een patiënt gecontroleerd worden, om zo doorligwonden te vermijden. Onze administratie is digitaal, maar de productie handmatig. Later bij een grotere productie zullen we die processen ook automatiseren.’

Het scheelde destijds niet veel of Inge Bruynooghe studeerde voor burgerlijk ingenieur, maar ze vreesde dat die studie té technisch en minder breed georiënteerd zou zijn. ‘Ik heb een grote bewondering voor mensen die een idee kunnen omzetten in een technisch product.’ ‘Vrouw’ zijn heeft Inge in haar carrière nooit gehinderd. Ook niet in het mannenbastion dat Philips destijds was. ‘Je hoort wel de klassieke grapjes, maar zoiets heeft me nooit tegengehouden. Ik droeg als jong meisjes nooit rokjes, en tot grote frustratie van mijn dochter hou ik niet van shoppen.’ (lacht)

Inge vindt het wel opvallend dat in Nederland de sociale druk op werkende moeders groter is dan in België en de kinderopvang is ook duurder. In Nederland zie je aan de top nog minder vrouwen die leidinggeven en ook moeder zijn.

Haar raad aan ambitieuze meisjes: ‘Je steekt veel tijd in je carrière. Kies daarom werk dat je ontzettend graag doet, waar je elke dag van kan bijleren. Als je iets graag doet en je doet het veel, dan ga je daar na verloop van tijd ook goed in zijn.’

Voor Inge zou het Belgische onderwijssysteem reeds in de lagere school techniek bij onze kinderen moeten aanmoedigen door techniek als vak aan te bieden op punten, evenwaardig aan wiskunde of nederlands. ‘Scholen moeten zich onderling ook organiseren om per regio goed uitgeruste STEM-Campussen op te richten, met docenten uit de praktijk die zelf in de automatisering hebben gewerkt. Hier is ook de wisselwerking tussen die STEM-scholen en de industrie belangrijk. Bedrijven moeten onze technische scholen zo goed mogelijk ondersteunen, bijvoorbeeld door de uitwisseling van kennis over de laatste nieuwe automatiseringstechnieken’, besluit Inge Bruynooghe.